Nooit meer slapen. Ik stel me voor dat die gedachte
voor veel mensen visioenen oproept van oneindige hoeveelheden tijd, te
gebruiken voor al die dingen die ze al jaren wilden doen. Aan tijd heb ik
echter geen gebrek. Sinds ik niet meer kan werken zie ik mezelf elke dag
geconfronteerd met immense hopen tijd, maar geen spatje energie om ze mee te
vullen. Het is nu december, wat wil zeggen dat ik bijna een jaar thuis zit. Ik
had me duizenden dingen ingebeeld die ik hierover wou schrijven, maar nu ik
hier eindelijk zit komen de woorden niet. Het zijn lange, lege dagen, ik ben
moe en heb pijn. Ik zou er pagina's mee vol kunnen kalken, maar het haalt niks
uit. Het liefst zou ik nu slapen, maar mijn hartslag is te hoog, mijn lichaam
is te wakker. De optie om een halve slaappil te slikken heb ik weggeredeneerd
omdat het al half drie is en ik morgen op tijd moet opstaan om een opeenvolging
van afspraken niet te missen. Bovendien heb ik nog maar twee pillen over, wat
slechts vier goede nachten betekent, en die gedachte alleen al bezorgt me
stress.
Dit is de allereerste keer dat ik 's nachts opsta. Ik
kon gewoon niet meer blijven liggen. Ik lag voor de zoveelste keer naar de
ademhaling van mijn liefste te luisteren en naar zijn slapende gezicht te
kijken, terwijl ik geluidloos mijn kussen nat druppelde. Ik hou ervan om naar
hem te kijken als hij slaapt, hij is zo bijna nog mooier dan wanneer hij wakker
is, als dat al mogelijk zou zijn. Mijn gestaar maakt hem echter soms wakker,
wat natuurlijk niet de bedoeling is. Vannacht is de eerste keer dat ik hem niet
wekte terwijl ik probeerde op te staan, en dus de eerste keer dat ik
daadwerkelijk beneden ben geraakt. Ik voel me een verrader. Sluipend kwaad in
ons warme huis.
De meeste mensen zijn vrij voorspelbaar. Telkens
wanneer we anderen ontmoeten, vertellen we dingen over onszelf. We vertellen
datgene wat we willen dat ze onthouden, wat wij willen dat zij over ons denken.
Zelden of nooit vertellen we ze de dingen die ze echt zouden moeten weten. Één
van de dingen die ik eigenlijk zou moeten vertellen, is dat ik gefrustreerd
ben. Ik had altijd veel energie en veel plannen. Wat ik dacht was dat er op een
gegeven moment in mijn leven wel tijd zou zijn om tenminste een deel van deze
plannen waar te maken. Als ik er maar eerst voor zorgde dat al de rest in orde
zou komen, zou ik later wel tijd hebben om te leven. Een belachelijke gedachte.
Met mijn hersenen is niets mis, in mijn hoofd ben ik nog dezelfde. Ik bedenk
nog steeds, maar veel van mijn ideeën zweven als zeepbellen weg en zullen
uiteindelijk uiteen spatten, omdat ik ze niet meer waar kan maken. Homo bulla,
de mens is een zeepbel.
Nachten zoals deze maken me altijd somber, het is
makkelijk om te klagen als het donker is en je alleen bent. Ik ben, voor alle
duidelijkheid, zeker niet ongelukkig. Zoals gezegd ben ik vooral gefrustreerd
en moe, en misschien bovenal, veel te eerlijk over deze dingen. Of ik
realistisch ben over de toekomst kan ik met de beste wil van de wereld niet
zeggen, omdat ik de hoop om te begrijpen wat realistisch is al lang heb
opgegeven. Ik ben niet arrogant of naïef genoeg meer om te denken dat ik weet
wat morgen brengt. De wind moet zelf maar beslissen waarheen mijn zeepbel zal
waaien.
1 opmerking:
mooi geschreven, lief
Een reactie posten