Vandaag is een belangrijke dag. We zullen eindelijk kennis maken met Lois. Ze wachtte lang genoeg in de kantlijn van haar eigen verhaal, dat tot nu toe en nog steeds een lege bladzij is die zichzelf (zoals dat nu eenmaal gaat met verhalen) slechts langzaamaan zal vullen. Lois is niet groot, niet klein en eerder mager van gestalte. Het laatste straalt ze vooral uit door haar houding: ze heeft licht naar voor hangende schouders en een bolle rug, waardoor haar buik ietwat hol wordt. Haar lange muisbruine haren en grijze ogen maken haar een eerder onopvallend persoon, wat haar goed uitkomt aangezien ze erg op zichzelf is.
Lois kijkt alleen naar films waarin het hoofdpersonage sterft. Wat eerst begon als een vreemde fascinatie groeide later uit tot een onontkoombare voorwaarde: de protagonist moet dood. Want, zo redeneert zij: zo is het in het leven ook. Dit verbindt haar ertoe om bij elke film die ze wil kijken eerst een samenvatting te lezen, zodat ze dus het verhaal al kent voor begint te kijken. Toen ze op haar zestiende voor het eerst over Bertold Brecht en zijn episch theater hoorde, was ze meteen verkocht. Ze houdt van de vernietiging en onthechting van zijn stukken en deelt zijn mening dat het publiek zich niet te veel moet laten meeslepen. De mensen met hun emoties altijd. Ze voelen te veel en denken te weinig na, vindt Lois. Zij denkt, ter compensatie, over alles na.
Het liefst brengt ze haar dagen door met het observeren van mensen. Door haar talent om zich onzichtbaar te maken, kan ze moeiteloos kijken naar de wereld zonder dat het iemand opvalt. Altijd vergezeld van haar tekenblok en zwarte balpen, tekent ze de mensen precies zoals ze hen ziet: net zo leeg, lelijk en zwak als ze vanbinnen zijn. Zonder alle tekens van uiterlijke schijn en alleen voor haar herkenbaar. Eenmaal thuisgekomen legt ze de tekeningen naast elkaar op de vloer van haar vrijwel lege éénkamerflat, waar ze blijven liggen tot ze ze op een dag zal verscheuren en weggooien. Sommige tekeningen liggen er jaren aan een stuk, sommige is slechts een aantal dagen het licht gegund. Maar allemaal zullen ze ooit sneuvelen. Stellen dat hun tijd sneller zal komen dan gedacht, zou in deze fase van het verhaal voorbarig zijn.
Haast met het leven heeft Lois niet. Haast om te sterven evenmin. Ze ondergaat telkens weer het verstrijken van de dagen en zelfs het wisselen van de seizoenen maakt haar niet goed of slecht gezind. Heel soms, als het regent, gaat ze naar buiten om zichzelf nat te laten regenen tot ze van kop tot teen doorweekt is. Ze huilt dan dikke tranen die, onzichtbaar door de regen. met het zure wolkenwater vermengd neerkomen op de grond en in de aarde verdwijnen, hun zoute smaak niet meer dan een vleugje op haar lippen. Na zo'n dag slaapt ze een aantal dagen goed, voor de slapeloosheid terugkeert. Een rustpunt, maar uiteindelijk niet meer dan een rimpel op het water van het leven.
Lois kijkt alleen naar films waarin het hoofdpersonage sterft. Wat eerst begon als een vreemde fascinatie groeide later uit tot een onontkoombare voorwaarde: de protagonist moet dood. Want, zo redeneert zij: zo is het in het leven ook. Dit verbindt haar ertoe om bij elke film die ze wil kijken eerst een samenvatting te lezen, zodat ze dus het verhaal al kent voor begint te kijken. Toen ze op haar zestiende voor het eerst over Bertold Brecht en zijn episch theater hoorde, was ze meteen verkocht. Ze houdt van de vernietiging en onthechting van zijn stukken en deelt zijn mening dat het publiek zich niet te veel moet laten meeslepen. De mensen met hun emoties altijd. Ze voelen te veel en denken te weinig na, vindt Lois. Zij denkt, ter compensatie, over alles na.
Het liefst brengt ze haar dagen door met het observeren van mensen. Door haar talent om zich onzichtbaar te maken, kan ze moeiteloos kijken naar de wereld zonder dat het iemand opvalt. Altijd vergezeld van haar tekenblok en zwarte balpen, tekent ze de mensen precies zoals ze hen ziet: net zo leeg, lelijk en zwak als ze vanbinnen zijn. Zonder alle tekens van uiterlijke schijn en alleen voor haar herkenbaar. Eenmaal thuisgekomen legt ze de tekeningen naast elkaar op de vloer van haar vrijwel lege éénkamerflat, waar ze blijven liggen tot ze ze op een dag zal verscheuren en weggooien. Sommige tekeningen liggen er jaren aan een stuk, sommige is slechts een aantal dagen het licht gegund. Maar allemaal zullen ze ooit sneuvelen. Stellen dat hun tijd sneller zal komen dan gedacht, zou in deze fase van het verhaal voorbarig zijn.
Haast met het leven heeft Lois niet. Haast om te sterven evenmin. Ze ondergaat telkens weer het verstrijken van de dagen en zelfs het wisselen van de seizoenen maakt haar niet goed of slecht gezind. Heel soms, als het regent, gaat ze naar buiten om zichzelf nat te laten regenen tot ze van kop tot teen doorweekt is. Ze huilt dan dikke tranen die, onzichtbaar door de regen. met het zure wolkenwater vermengd neerkomen op de grond en in de aarde verdwijnen, hun zoute smaak niet meer dan een vleugje op haar lippen. Na zo'n dag slaapt ze een aantal dagen goed, voor de slapeloosheid terugkeert. Een rustpunt, maar uiteindelijk niet meer dan een rimpel op het water van het leven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten