donderdag 9 februari 2012

Taboes uit een verdronken verleden


Flashbacks naar een tijd waarin ik zoveel ontdekte. De zurige geur van urine, verstopt in mijn geheugen maar even levendig als 16 jaar geleden. Het beeld van mijn vriendin in haar legging die langzaamaan steeds vochtiger werd. We speelden buiten en ze moest dringend plassen, wat ze deed achter een hoek van ons huis omdat ze niet naar binnen wilde gaan. Binnen in mij vonkte ongeloof, al deed ik hard mijn best om onverschillig over te komen. Plaatsvervangende schaamte bij het zien van haar broekje. Ik wilde haar niet meer aanraken. Hoe absurd: de smetvrees van een klein meisje dat overal leert over bacteriën en hoe belangrijk het is om je handen te wassen, en dan dit.


Er bestaat niet zoiets als een onschuldige jeugd. De jeugd is even schuldig als wij, maar beseft het minder (of misschien juist meer). Als je jong bent lijkt alles zwart of wit, maar je ziet al snel de kleuren vervagen en alles om je heen steeds grijzer en genuanceerder worden. Wit is nooit perfect en zwart bestaat niet. Hoe hard je ook kleurt, het potlood volledig verticaal in je hand en keihard op het blad geramd, het blijft altijd grijs. Tot de punt afbreekt en van de tafel rolt, je voeten aantikt en verdwijnt in een gat in de grond, waar het bij andere grijze dingen zal verblijven tot je vader ze ooit terugvindt wanneer hij vele jaren later de vloer openbreekt.

Sommige dingen ontdek je vroeger dan je ze wil weten: je bent niet zoals de rest. Toen we als tienjarigen de opdracht kregen om een kerststukje te maken op school, wist ik niet wat dat was. Na een vraag om verduidelijking werd mij gezegd dat het de bedoeling was om takjes en stukjes van bomen en planten in een dot groene oase te steken. Geen probleem dacht ik en ik ging de tuin in om de nodige flora te verzamelen. Groot was mijn verbazing toen ik ontdekte dat mijn klasgenoten in plaats van de postmoderne compositie van dorre takken zonder blaadjes die mijn tafeltje innam hun bloempotje gevuld hadden met stukjes groene dennentakken en kleine kitscherige kerstballetjes en poppetjes. Mijn moeder vond het echter prachtig en het gedrocht mocht wekenlang onze vensterbank ontsieren.

Krijsend in de achtertuin: Vervuilers! Woedend op de vuile grijze rook die de wolken doorkliefde en verpestte, afkomstig uit de wasserij naast ons huis. De wereldverbeteraar en Greenpeace-adept die ik toen was, overtuigd van de eenvoudigheid van de dingen: fabrieken zijn slecht. Wat mis ik vroeger soms. Ik was wel eenzaam, maar tenminste niet alleen. Ik geloofde dat ik later alles kon bereiken wat ik maar wilde, dat mijn toekomst hoe dan ook rooskleurig was. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik dat beeld moet aanpassen, hoe meer dromen ik van mijn lijstje moet schrappen omdat steeds meer onmogelijk blijkt te zijn. Door ziekte, lichamelijke mankementen of eenvoudigweg het gebrek aan mentale capaciteiten.

Is de toekomst een desillusie? Ik geloof dat er een fase komt wanneer je leert te accepteren waar je grenzen liggen en je nieuwe plannen maakt, die haalbaar zijn. En als je geluk hebt, de kracht vindt om ervoor te gaan. Het is een misvatting dat je krijgt wat je verdient. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven eerlijk is, dat je uiteindelijk wordt beloond of gestraft voor de manier waarop je de dingen hebt aangepakt. Integendeel, als je zelf niet neemt wat je wil hebben, blijf je al snel met lege handen over. Dus misschien wordt het tijd dat ik dat eens ga doen. Maar eerst: acceptatie.

- Is papa de grootste man ter wereld?
- Natuurlijk niet, dat weet je toch. Je hebt toch al veel mannen gezien die groter zijn dan papa?
Objectieve waarneming. Maar als je zweeft, hoog in de lucht, als je door die armen wordt opgetild, is hij dan niet de grootste?

2 opmerkingen: