Wij zijn geen spookrijders, wij zijn spoken. ’s Nachts rijden we zonder licht op straat, aan de verkeerde kant van de weg, op zoek naar een kick. We willen niemand tot last zijn, we willen niemand in gevaar brengen, al genieten we wel van de geschrokken blik in de ogen van de fietsers die ons pad kruisen. We willen gewoon het gevoel hebben dat we leven. Als we onverwacht een bondgenoot treffen, groeten we elkaar met een indringende blik. Nachtwakers. Overdag zijn we loom en onverschillig, maar ’s nachts gaan we jagen. We gaan op jacht naar een korte extase die ons verlost van de eeuwige onbeweeglijkheid van het bestaan. Niet samen, maar alleen.
Hijgend trap ik mij een weg naar mijn mooie rooie, voor ons jaarlijkse ritueel. Ik zie veel gezichten voorbij komen, ik weet dat ik gezien word. Ik duw mezelf vooruit, sneller, meer. De stad is onrustig en druk, de mensen maken zich op voor een lange nacht, want morgen is het 1 november. In het begin van onze straat (hun straat) zie ik drie kleine meisjes, verkleed en geschminkt, met een zak aan hun handjes voor al het snoep dat ze hopen te verzamelen. Wij wachten hen op met een mandje vol, maar helaas, tevergeefs. Ze mochten waarschijnlijk zo ver niet lopen van hun ouders, alleen in het donker. Misschien niet onverstandig in een tijd zoals deze, maar we zijn toch teleurgesteld en troosten onszelf dan maar met snoep waarvan je kaken krampen en aan elkaar gaan plakken. De gezellige warmte maakt ons soezerig en suf, na de nervositeit en serieusheid van die eerste uren na twaalven. Ik vond iets terug dat ik al lang niet meer gezien had, een huiselijkheid die ik in hetzelfde huis nooit had kunnen bereiken. Kon het maar altijd zo zijn.
Op weg naar huis overvalt mij de stilte. Er is, als een wonder in deze grote drukke stad, in geen kilometers iemand te zien langs het water. Mijn water, waar ik al die jaren geleden zo vaak bij waakte ’s nachts, alleen en verloren. Het is ongelofelijk om te zien hoe het leven alles verandert, terwijl alles toch hetzelfde blijft. Ik sta op dezelfde plaats, maar tegelijkertijd zoveel verder, zodat het lijkt alsof ik dwars door de tijd naar het verleden sta te kijken. Geelbruine blaadjes druppelen als zachte vlokken van de bomen en vullen het fietspad met de heerlijke geur van herfst. Alleen oktober kan dit met me doen. Vaarwel mooie maand van verandering, van beginnen. Tijd voor de volgende stap.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten