Ik denk dat over jou schrijven één van de moeilijkste dingen is die ik in mijn leven ooit zal doen. Maar als ik echt tot op de bodem wil gaan, heb ik geen keuze. Hoe begin ik daar in godsnaam aan? Een stuk uit een gedicht dat, als ik mijn perfectionisme kan laten varen en ooit tevreden geraak met het resultaat, mijn muur zal sieren. Voor jou. En voor al de anderen die moesten gaan, maar wat mij betreft vooral voor jou:
Het is geen troost te weten dat het leven verdergaat
alsof er geen vuiltje aan de lucht is, terwijl
ieder ogenblik jouw nagedachtenis verraadt.
(Stefaan Van den Bremt – Voor Leo)
alsof er geen vuiltje aan de lucht is, terwijl
ieder ogenblik jouw nagedachtenis verraadt.
(Stefaan Van den Bremt – Voor Leo)
Acht jaar geleden is het nu. Het is niet te bevatten hoe de wereld veranderd is in acht jaar tijd. De gedachte aan jou overvalt me, zoals altijd, op een onverwacht moment. Het is alsof ik neergestoken word. Ik druk mijn handen tegen de muren van de douchecel en klap dubbel, schreeuw het uit. Water gutst over mijn hoofd en vermengt zich met tranen, snot, speeksel, woorden, gillen. Ik hap naar adem en slik water, verslik water, hoest. Hou vol, hou vast, blijf staan, blijf staan, blijf staan. Ik weet nog zo goed hoe het voelde toen ik hoorde dat je weg was. Het voelde alsof er zonder verdoving een deel van mijn lichaam afgerukt werd, alsof ik niet meer heel was. Als ik eerlijk ben, als ik eindelijk eerlijk mag zijn, zo voelt het nog steeds. Half. Mank.
Ik ben nooit echt positief geweest. Ik huilde snel, dacht te veel na, fantaseerde over de verkeerde dingen. Ik was altijd depressief en pessimistisch. Jij niet. Ook na de dood van je moeder niet. Nadat je gestorven was, heb ik lang gedacht dat de verkeerde van ons twee was gegaan. Ik kon die gedachte nooit van me afzetten. Mijn straf voor dit leven is dat ik moest verder gaan, terwijl ik dat eigenlijk niet wilde, niet kon. Het lot had beslist dat ik mocht blijven en jij niet, hoezeer dat ook tegen alle logica in ging. Maar hoe moet ik leven? Ironisch genoeg heb ik juist dat nooit geweten, en na al die jaren weet ik het nog niet. Leven met de gedachte van een erflast: ik moet doorgaan, want jij kan dit niet meemaken. Je zal geen blauwtjes lopen, geen grote liefdes kennen, nooit samenwonen, geen bevredigende of onbevredigende job vinden, nooit saai of eenzaam worden. Waarom is dit leven mij gegeven en jou niet? Soms voelt het alsof ik moet leven voor twee, terwijl het me zelfs niet lukt om dat alleen al voor mezelf te doen. Jij zou er zoveel meer van gemaakt hebben als je kon. Of gewoon tevreden geweest zijn met wat je hebt. Ik ben nooit tevreden. Want wat ik ook doe, ik blijf altijd maar half.
Jouw dood heeft alles voor mij veranderd. Ik kan mezelf niet meer toelaten om aan de toekomst te denken. Alles is zo ontzettend onzeker geworden, al mijn dromen en verlangens: omdat ik heel goed weet dat er maar één seconde nodig is om alles weg te maaien. Ik kan geen plannen meer maken. Alles wat zich verder dan een jaar in de toekomst bevindt, lijkt onwerkelijk voor mij. Ik wil me nergens op vastpinnen, geen beloftes maken, geen engagementen aangaan. Niets voor langere tijd. Het leven is als een lot uit de loterij, maar je weet nooit hoeveel je nu eigenlijk gewonnen hebt tot het te laat is.
Ik heb je nooit kwalijk genomen wat er vroeger tussen ons is gebeurd. Hoe je me in elkaar liet trappen door je vriendinnen aan het zwembad terwijl ik niet wist wat ik had misdaan. Misschien wist je toen al dat ik meer kansen zou krijgen dan jij. Misschien was je toen al kwaad omdat je wist dat ik die toch zou vergooien, keer op keer. Als ik toch maar voor één keer het gevoel zou kunnen krijgen dat alles niet zo slecht is, dat die mislukkingen geen mislukkingen zi jn, maar stappen vooruit. Kon ik je maar één keer vasthouden, één keer nog om te zeggen dat ik je vergeef als je mij vergeeft. Voor alles wat ik niet kan doen, wat ik nooit meer kan doen. Voor jou, voor mij, voor ons.
1 opmerking:
:'( heel mooi zoë, erg pakkend..
Een reactie posten