Als je, zoals ik zojuist, met insecticide naar een mug spuit, weet je zeker dat hij doodgaat. Snel genoeg om een slaap gestoord door gezoem en allergische reacties te voorkomen. Helaas kan ik de andere factoren die me mijn slaap ontnemen niet zo makkelijk uitschakelen. Ik kan niet voorkomen dat mijn huisgenoot straks dronken thuis kan komen, al heb ik preventief de deur op provisorische wijze gebarricadeerd. Ik kan niet met een druk op de knop wat onvoorwaardelijke liefde losweken bij een fijne manheid, noch kan ik de fletse restanten van vergane verliefdheid uit mijn hoofd spuiten met een of ander serum.
De enige die dit alles stoïcijns ondergaat is Daantje. Daantje is zacht en oordeelt niet. Hij weet hoe het is, hij heeft alles gezien en van dichtbij meegemaakt. Zelf verloor hij zijn vader toen hij nog heel jong was. Hoewel we beiden wisten dat het beter voor Daan was om bij mij te blijven, vond ik het toch wreed. Ik neem zijn vingerloze poot vast en aai die. Hij zwijgt. Daantje zwijgt altijd. Ik betraan zijn bruine vacht en neem hem in mijn armen. De mug vliegt nog steeds rond, zet zich treiterend op de lampenkap en kijkt me aan. Er zijn geen zekerheden meer in het leven.
1 opmerking:
mooi
Een reactie posten