woensdag 4 maart 2009
Vroege lente ruikt naar herfst
Superhelden bestaan niet. Ook ik ben niet van staal, al lijk ik dat de afgelopen maand wel te zijn geweest. Ik word me steeds beter bewust van het feit dat ik met razende snelheid op een muur aan het afstevenen ben en dat ik dat niet tegen kan houden. De wallen onder mijn ogen verraden de storm vanbinnen, die elke dag opnieuw bomen uit mijn zorgvuldig aangelegde tuintje rukt en ze tegen de muren van mezelf aansmakt. Ik slaap niet meer, ik schrijf niet meer, en de laatste dagen lukt het zelfs niet meer om te huilen.
Het voelt – oh die helse metaforen! – alsof ik juist teruggekeerd ben van een lange, verre reis en moeite heb om mijn plaats terug te vinden. Mijn koffer vol herinneringen staat nog midden in de kamer. Af en toe neem ik er iets uit en zoek er een plaats voor in dit nieuwe leven, maar het voelt telkens alsof ik daarbij een stukje uit mezelf moet scheuren. Weer een pagina weg uit het boek dat het onze moest worden, dat zichzelf doorheen de jaren zou schrijven, maar dat in werkelijkheid niet veel verder dan een lauwe inleiding is gekomen. Ik heb heimwee naar die verre oorden van rust en veiligheid, al was die rust dan maar van korte duur. Maar het leven gaat onverbiddelijk en onverstoorbaar door en ik kan alleen maar vooruit, of ik nu wil of niet.
Kleur, licht, geluid en geur zijn weer intensief geworden. De lucht heeft de geur van de herfst en maakt een vreemde onrust in mij wakker. Een nieuwe lente, een nieuw begin? Wie zal het zeggen. Ik weet wel dat ik nergens spijt van heb. Als ik morgen de kans zou krijgen om opnieuw zoiets mee te maken, ik zou er meteen voor gaan, blindelings zoals het hoort. Het enige wat nog in mijn koffer overblijft is de leegte, omdat het allermoeilijkste is om die een plaats te geven.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten