maandag 23 maart 2009

Van Spreukjesboeken en Wijze Raad


Ik hou van spontane gesprekken met onbekenden. Weinig mensen nemen nog echt de tijd om naar elkaar te luisteren, laat staan naar mensen die ze toch niet kennen. Ook ik voel soms die reflex om me van mensen af te wenden, maar ik probeer me toch zoveel mogelijk voor anderen open te stellen. Ik kan er soms echt van genieten om iemands levensverhaal te horen, de ergernissen of juist de kleine dingetjes die iemand vrolijk maken. Ooit kreeg ik handschoenen van een oud mevrouwtje, omdat ik één van de mijne verloren was en zij er ‘toch altijd op twieje voorschot had’. Een vrolijke allochtoon toonde mij ooit trots zijn spreukenboek dat hij juist gekocht had, met een diepzinnige uitspraak voor elke dag van het jaar. Soms geven mensen ook wijze raad, die ik eigenlijk in een boekje zou moeten opschrijven dat dan gekocht moet worden door vrolijke allochtonen die er aan onbekende jongedames uit citeren.


Gisterenavond stapte ik op de bus met een fietsband en een volle koffer-op-wieltjes met benodigdheden voor een paar weken. Een geamuseerde tachtigjarige sprak me meteen aan: ‘Is uwe fiets kapot misschiens? Ge moet u nen goeie vent zoeken die dat kan maken.’ Hij begon me, ongevraagd, over zijn leven te vertellen. Mijn plan was eigenlijk om een beetje te lezen op de bus (ik heb geen mp3-speler), maar ik besloot mijn boek weg te leggen en te eens horen wat hij zoal te vertellen had. Hij had in zijn leven veel gewerkt, zei hij, heeft vier kinderen en is erg gelukkig. Hij zei me dat zijn vrouw en hij nu zevenenvijftig jaar lang getrouwd zijn, dat ze altijd alles samen gedaan hebben en nog steeds altijd samen zijn. Waarom de mensen toch zo vaak scheiden dezer dagen, vroeg hij me retorisch, om even later zelf op zijn vraag te antwoorden: ze proberen niet hard genoeg meer. Zijn vrouw, verkondigde hij trots voor de volle vier mensen die nog in de bus zaten, hun wenkbrauwen gefronst over de vreemde combinatie die wij twee vormden, zijn vrouw was wereldkampioene geweest in het krulbollen! Veertien keer in de krant gestaan, in de Gazet van Antwerpen en dergelijke. Zelfs nu nog, als ze samen gaan bollen (wat ze vaak schijnen te doen) zeggen de mensen: ‘Ja meneer, uw vrouw is beter dan gij!’ Waarop hij dan steevast repliceert met ‘Ja, maar zis beter dan gij ook, of nie soms?’ Het raakt me hoe trots hij op zijn vrouwtje is, met hoeveel liefde hij over haar vertelt. Het feit dat ze gewoon naast hem zit en absoluut niet reageert op alles wat hij zegt, maakt het hele gebeuren net een tikje absurd. We praten over uitgaan, werken en wiedergutmachungssex. ‘Ik ga u één goede raad geven’, zegt hij plots. ‘Zoekt u gene vent achter den toog.’ Ik glimlach en knik.

Op een gegeven moment begint het mannetje zenuwachtig om zich heen te kijken. Het is donker en moeilijk om te zien waar we precies rijden, hij weet niet meer waar ze moeten afstappen om bij de auto te komen. Hij zegt, oprecht, dat hij het jammer vindt dat ik zo ver van hen woon, want dat hij me anders met veel plezier met de auto thuis had afgezet. Terwijl hij aan de buschauffeuse vraagt waar hij moet afstappen wissel ik enkele woorden met zijn vrouw. Ze stappen uit en zwaaien naar me tot de bus uit het zicht verdwenen is. Ik blijf achter met zijn wijze raad en vraag me af, of het een teken is.

3 opmerkingen:

niels zei

"venten achter den toog" zijn ook maar mensen hé

Ellis zei

Voel je je aangesproken, Niels? Hij bedoelt niet barmannen hè, maar venten aan de andere kant van den toog :) Ik moet er ook bij zeggen dat hij zelf nooit heeft gerookt of gedronken.

Ciska zei

Prachtig verhaal. Laat mijn lippen een glimlach krullen =)