zondag 20 april 2008

Zij

Zwetend begin ik mijn betoog. Het publiek in de zaal kijkt gezamenlijk omhoog, en plots zie ik haar staan. Ze kijkt me aan met ogen waar vuur uit schiet, en ik weet, ik weet precies wat het is dat ze ziet. Ze ziet mij, puur en onverholen, met die nette kleding en die houding, gelogen. Ze kijkt dwars door me heen en ziet wie ik ben. Ze brengt me zo erg van mijn stuk dat ik mezelf niet meer herken.

Ik verlies mijn verhaal, ik voel me nu zo onbeholpen, zo vreselijk banaal. Toe help me, red me, bevrijd me van die waan, nu ik jouw ogen heb gezien kan ik niet zomaar verdergaan. Wat moet ik doen om bij je te komen? Je hebt mijn weerstand weggenomen, mijn bescherming verwoest.

Ik kijk de zaal rond en ik hoest, verlegen en luid. Ze lacht me schaamteloos uit, ik kan mezelf wel vermoorden. Ze ziet de mooi verpakte woorden, mijn gekunstelde zinnen, maar vooral de leegte die daarachter huist, diep vanbinnen.

Wat moet ik nu nog verzinnen, waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Ik geef het op, ze heeft me door. Ik ben overwonnen.

Geen opmerkingen: