vrijdag 28 maart 2008

Van thuis naar huis

Daar gaan we weer, het voertuig zet zich in beweging. Allerlei idyllische tafereeltjes en burgerhuizen dansen aan mij voorbij. Wat een bedrijvigheid vandaag. Afslag prei! Reuze bloemkool! Extra witloof! brult een bord langs de kant van de weg me toe. Een glimlachende aardbei met voeten en een buik die dient om fruitprijzen op te schrijven lacht naar me. Ik grijns onwillekeurig terug.

Dan, opeens, trekt het woord 'Moorder' op een muur mijn aandacht. Het nestelt zich vastberaden in mijn hoofd en volgt me de rest van de rit, dag, week. Een moorder. Het moet iets veel ergers dan een moordenaar zijn, iets wat zo slecht is dat het met geen woorden te omschrijven is. Ik krijg er de rillingen van.

Terwijl de bus rustig en lustig verderhobbelt valt mijn oog op een oude man, midden op de weg. Hij heeft zijn lange witte jas om zich heen geslagen, en kijkt zo triest dat mijn hart een tel mist, en ik niet anders kan dan kijken, en kijken. Tot de man nog slechts een witte stip op de achterruit geworden is en we met z’n allen de hoek omslaan, waar het tot mij doordringt dat ik af moet stappen.

Men laat mij, voor de verandering, meer dan een kwartier wachten op een tram die over acht minuten had moeten komen. Zonder te mopperen sleep ik mijn ingepakte huishouden voorbij de klapdeuren en hoop, zoals altijd, dat ze niet stiekem dicht zullen klappen om me te verpletteren. Moorder.

Als de tram langs de zoveelste halte rijdt lees ik in spiegelbeeld ‘Moscou’ in de ruit van het bushokje. WEES BLIJ, gebiedt mij de eeuwige graffiti op het viaduct, wat me ondanks zijn eenvoud steeds opnieuw doet glimlachen.

1 opmerking:

Anoniem zei

Liefde voor jou en wat je schrijft.
Eens te meer een traan gelaten bij wat je leest.
Ik weet niet eens of dat binnen je bedoelingen ligt maar dacht: "dat is toch het vermelden waard" en met kippenvel en toetsenbordgetokkel krijg je van mij een literaire zoen.
FM