zondag 9 maart 2008

Dood aan Carnaval ('t Civielke, feb 2007)

Het is weer eens die tijd van het jaar, blijkbaar. Deze zondagochtend werd ik wakker op de opzwepende tonen van de bruut verkrachte versie van een nummer uit de late jaren ’70, gevolgd door de eeuwig irritante Scatman John met zijn enige hitje. Carnaval is in het land, en iedereen mag het weten: ook wij anti-sympathisanten, die op zondagochtend liever zouden uitslapen dan vanaf 9u30 ’s morgens geterroriseerd te worden, moeten eraan geloven. Mijn eerste reactie was mijn lichaam te verrollen en gewoon verder te slapen, maar al na enkele minuten gebonk besefte ik dat dat tevergeefs was. Vervaarlijk grommend sleepte ik mezelf het bed uit met de bedoeling om wild gesticulerend voor mijn raam plaats te nemen en die vermaledijde Carnavalsvierders eens een lesje te leren. Gelukkig bedacht ik me net op tijd dat de aanblik van mij in pyjama met rechtopstaande haardos hen waarschijnlijk enkel zou aanmoedigen, en hield ik me koest. Het is geen pretje om Carnavalsliefhebbers tegenover je deur te hebben, zeker niet als ze gek genoeg zijn om elk jaar weer zo’n afzichtelijk lelijke wagen te vervaardigen en het nodig vinden om dat gedrocht op wielen eerst een uur lang met veel lawaai in te wijden voor ze zich naar de plaats van het die dag te plegen delict begeven. Als de kar na een uur eindelijk vertrekt raap ik mezelf bijeen en zet ik de tv aan.

Als ik me enkele uren later omringd weet door een zaal vol enthousiast applaudisserende bejaarden krijgt de zinsnede ‘meest irritante plaats om jezelf terug te vinden op een zondagnamiddag’ een totaal nieuwe betekenis. Het adres: de plaatselijke bejaardenbar aka het tehuis waar ze mijn grootmoeder bijna tien jaar geleden gedropt hebben. De oudjes rondom ons hebben een verzaligde glimlach op hun verrimpelde gezicht en doen hun uiterste best om met hun ritmisch tegen elkaar kletsende handen enigszins in de maat van het ge-hoempa te blijven dat op ons afgevuurd wordt. De vaste crew van het centrum heeft zich voor de gelegenheid in bijpassend oudelullenkostuum gehuld, en houdt zich bezig met euforisch heen-en-weergehuppel, gecombineerd met enkele kreetjes en sporadische aansporingen tot enthousiasme richting het naar mijn zin toch al veel te enthousiaste publiek.

Alle ogen zijn gericht op de verzopen dweilband die vooraan op een klein verhoog uit volle borst Carnavalsklassiekers staat uit te braken. Om het idyllische tafereeltje compleet te maken hebben een stel mannen met matchende vestjes en vreemdsoortige hoeden op hun hoofd, type midlifecrisis in ontkenning, het plan opgevat om tussen de kwijlende bejaarden door de polonaise te gaan doen. Dit alles komt de aanwezige fotograaf van het lokale weekblad goed van pas, en hij wringt zich in bochten om de hossende mannen zo goed mogelijk op zijn lens te krijgen. Ondertussen blijven de fossielen onverstoorbaar in hun handen klappen en ik voel dat de absolute wanhoop al om de hoek meekijkt.

1 opmerking:

Xavier Roelens zei

Ey, bedankt voor je reactie op mijn weblog en op mijn voordracht. Het gebeurt niet alle dagen dat ik een bisnummer aangevraagd krijg.

xavier