donderdag 29 november 2007

Wild parkeren

De snelheidsmeter geeft 107 kilometer per uur aan. We praten niet en kijken beiden strak voor ons uit. Lange stroken gras gaan in het donker aan ons voorbij, verlicht door een enkele lantaarnpaal en de flitsen van je koplampen. Ik kijk je aan. Je bent me altijd blijven boeien. Het was niet mijn eerste relatie en zeker niet de beste (er valt in feite weinig romantisch over te zeggen), maar wel de meest turbulente die ik ooit heb gehad. Ik heb naar je geroepen en geschreeuwd, ik heb je gehaat als geen ander, maar die aantrekkingskracht tussen ons is altijd gebleven. Ooit heb ik een onbijtbord van mijn allereerste servies naar je hoofd gesmeten, herinner ik me. Ik heb mijn moeder toen wijsgemaakt dat ik het had laten vallen tijdens het afwassen, waarop ze bedenkelijk keek. Ze heeft je nooit gemogen, en dat was wederzijds.

Ik bevochtig mijn lippen en sla mijn benen over elkaar. Een rilling gaat door me heen, zo zachtjes dat het bijna niet te zien is, maar ik weet dat je het toch gevoeld hebt. Ik zou het willen uitschreeuwen. Hoe kom ik hier in godsnaam terecht? Er is zoveel dat ik zou kunnen zeggen, maar ik krijg geen woord over mijn lippen. Het zou banaal zijn. Er is geen plaats voor romantiek in dit voertuig, dat slechts zijn plicht als vervoermiddel vervult en ons netjes naar onze bestemming brengt.

De wagen stopt, eindelijk, bij een klein bosje. Ik heb een moment lang het gevoel alsof ik geen vaste grond meer onder mijn voeten heb en alle zekerheden onzeker geworden zijn. Ik sluit mijn ogen. Je raakt mijn wang, en ik glimlach. Gilde ik echt of was het in mijn hoofd? Ik weet het niet. Je kijkt me vol verwachting aan. Dit belooft nog een lange nacht te worden.

Geen opmerkingen: