Vroeger was ik bang voor het donker, en de figuren die het donker op de muren maakte, die naarmate de zon opkwam hun akeligheid verloren en steeds banaler werden. Zo bleek een heks met een lange neus eigenlijk gewoon een trui te zijn, die mijn moeder wat onhandig over mijn bureaustoel had gegooid, voor ze me in bed stopte. Een hele geruststelling. Maar de volgende nacht kwam ze gewoon terug, in de vorm van een rugzak of een openstaande kastdeur.
Vroeger dacht ik dat mijn vader alles wist, en de grootste man ter wereld was. Vanaf zijn schouders gezien leek dat heel logisch. Tot ik leerde lezen en ergens in de bibliotheek het Guiness Book of Records ontdekte, en las over reuzegrote mannen met schoenmaat 52. Ik werd te zwaar om nog op schouders te mogen zitten en leerde weer wennen aan mijn kikvorsperspectief.
Vroeger verstopte ik boeken onder mijn kussen, die ik 's nachts stiekem las met het licht van een lichtgevende wereldbol. Die dingen waren toen enorm populair, je hoefde er maar een draai aan te geven en je vinger erop te zetten om te zien waar je later zou gaan wonen. Later als je groot was, en slim, en bekend op heel die maffe lichtgevende bol.
Het was niet simpel om kind te zijn, maar alles went. En net op het moment dat je er goed in begint te worden is het tijd voor verandering.
Nu mag ik 's nachts boeken lezen zoveel ik wil. De lichtgevende wereldbol is jaren geleden gesneuveld, maar mijn obsessie voor atlassen en kaarten is gebleven. Er zijn nog altijd zoveel plaatsen op de wereld die ik wil zien en waaruit ik wat wil leren.
Nu ben ik zelf verantwoordelijk voor de troep die in mijn kamer ligt, en dus bepaal ik welke schaduwen mij ’s nachts gezelschap zullen houden. Ik slaap nog altijd slecht, en heb de nacht leren kennen in al zijn mogelijke vormen: de korte, de lange, de eindeloze. Voor het donker ben ik niet meer bang, wel voor de eenzaamheid die mij tijdens al die slapeloze nachten vergezelt. Wel voor de vergankelijkheid die zijn vuile kleine klauwtjes zet in alles wat me omringt, en die me afneemt wat me het dierbaarst is: tijd.
Heimwee heb ik niet, maar we moeten ze koesteren, onze herinneringen. Bij deze. Koester, koester.
zondag 18 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
mooi! heel
Een reactie posten