We nemen afscheid op onze hoek waar we altijd uiteen gaan na onze fijne gesprekken. Ik kijk achterom en zwaai, jij doet hetzelfde. De wind speelt ons parten en blaast onze rokken de lucht in. ‘Vrijheid!’ denken ze, maar nee, de zwaartekracht houdt hen tegen. Het is nog maar half zes, en toch al donker. Ik sleep mezelf naar de tramhalte, en wacht. Zoveel van onze kostbare tijd gaat verloren met wachten, onderweg naar onze volgende bestemming. Het lijkt wel alsof ik de laatste tijd altijd onderweg ben.
Het onvermijdelijke gebeurt: mijn gedachten dwalen af. Minuten lijken wel uren te duren. Waarom was dat vannacht niet zo toen ik wilde slapen, maar alleen maar kon denken? Ik kijk naar boven en zie de regendruppels tegen de donkerblauwe achtergrond van de nacht. Dit is niet de plaats, en niet het moment om toe te geven aan mijn verdriet. Ik sluit mijn ogen en onderga de regen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten