De tranen stroomden over haar wangen, maar ze zong onverstoorbaar verder. Alsof het zoveel meer dan gewoon een nummer was. Ze was niet groot, toch wist ze het hele podium gevuld te krijgen met haar aanwezigheid. Het was muisstil in de zaal toen ze uiteindelijk stopte met zingen. Zonder naar het publiek om te kijken, draaide ze zich om en verliet het podium.
Hij moest haar zien, al was het maar even. Hij wilde weten wat het was dat haar zo triest maakte, hij zou haar helpen. Hij zou haar weer doen lachen. Vol goede bedoelingen stapte hij, terwijl het podium ontruimd werd en de mensen naar buiten stroomden, op de backstageruimte af. Het was maar een klein café, en niemand lette op hem toen hij het grauwe gordijn opzij schoof en naar binnen keek. Hij zag haar, zittend in een hoek van de kamer. Ze staarde voor zich uit, leek hem niet te zien of te horen. Hij kwam voorzichtig dichterbij, en vroeg met zachte stem "Wat doe je?" Ze keek hem niet aan, bleef voor zich uit staren met dezelfde afwezige blik. Net op het moment dat hij bedacht dat hij haar misschien toch maar beter met rust kon laten, en zich omdraaide om terug naar buiten te lopen, rechtte ze haar rug en gaf antwoord. Ze klonk heel anders dan de vrouw die hij zojuist had horen zingen, haar stem was zacht en breekbaar. "Ik wacht", zei ze, "ik wacht op het einde van de wereld", en ze zakte weer ineen.
donderdag 30 augustus 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten