donderdag 30 augustus 2007

Pure (25/04/06)

Het maakt me ziek, die eeuwige oppervlakkigheid van je. Je onkunde om de dingen te zien zoals ze zijn, je onverwoestbare neiging om te denken dat de hele wereld om jou draait, en alleen om jou. Ik word misselijk van de geur van zelfzucht die om je heen lijkt te hangen, die mij doet wankelen van afschuw en een vuile smaak in mijn mond brengt. Ik beeld me vaak in hoe het zou zijn om alle frustratie uit mijn lijf te kotsen, met grote gulpen en veel lawaai. Smerig zou het zijn, maar meer dan dat verdient dit leven niet.

Bij deze gedachte zak ik huilend in elkaar, mezelf vervloekend voor mijn zwakte en onkunde om iets aan de situatie te veranderen. Zoekend naar een manier om mijn gedachten te verzetten vind ik mezelf tastend in mijn bureaulade, op zoek naar een scherp voorwerp. Ik vind een oud zakmes tussen de rommel en probeer het in mijn arm te rammen, wat mislukt omdat het mes te bot is. Het laat enkel een paar lichte schrammen na, die zachtjes beginnen te gloeien. Ik zet mijn zoektocht voort, vastbesloten omdat ik weet dat ik niks beters zal vinden, in de richting van de kast waarin een scheermes ligt. Ondanks al mijn pogingen om uit voorzorg alle scherpe voorwerpen uit mijn buurt te houden, kan ik altijd terugvallen op deze onschuldige mesjes, die ik toch wel in huis heb. Ik haal diep adem en duw het mesje in mijn arm. Het duurt een paar seconden voor het eerste bloed tevoorschijn komt, en mijn adrenaline de hoogte in schiet. Tranen rollen over mijn wangen, maar zonder geluid. Er speelt muziek, vrij luid zelfs, maar die hoor ik niet meer. Het lijkt alsof de wereld stilstaat, ik weet niet hoe lang, maar als ik in de spiegel kijk zie ik mezelf staan, emotieloos, en met bloed op mijn arm. Ik stop mijn arm onder de kraan en was het bloed weg. De schrammen kleuren mooi rood, mijn arm tintelt van de pijn. Van de vorige schrammen is voor een buitenstaander niks meer te zien, net zoals het dit keer ook niemand zal opvallen.

Geen opmerkingen: